Een alleenstaande man uit Drenthe gaat op zoek naar zijn onbekende vader, maar zijn angst voor diens mogelijke aard en afkomst brengt hem in een diep innerlijk conflict dat zijn keuzes, relaties en toekomst op het spel zet.
Hier gaat ‘De geloften’ over:
Jan Baron, vijfendertig jaar en alleenstaand, is opgegroeid bij zijn oom en tante in een provinciestad in Drenthe. Geen van zijn naasten schijnt te weten wie zijn vader is. Zijn moeder is verongelukt toen hij nog geen jaar was.
Als kleuter vindt hij bij zijn opa en oma op zolder een briefje met een hart met de initialen J en H. Jan vermoedt dat dat briefje van zijn ‘mama Hansje’ is en hoopt er zijn vader mee te kunnen opsporen. Dat is niet eenvoudig, aangezien de namen van veel mannen in die omgeving met een J dan wel H beginnen, en de doopnaam van zijn moeder ook nog eens Johanna is.
Als tegenwicht voor een mogelijke bezoedeling van zijn DNA door de genen van een brute, wellustige vader, en om te voorkomen dat hij in hetzelfde vaarwater terecht zal komen, onthoudt Jan zich nadrukkelijk van drank en seks. En dát geeft problemen bij het waarmaken van de gelofte die hij zijn opa ooit heeft gedaan: de naam Baron voortzetten.